Distichiasis kan worden gedefinieerd als enkele haren, een rij of meerdere rijen haren op/vanuit de vrije ooglidrand.
Indien de distichiasiën hard, stug en naar het hoornvlies gericht zijn, zullen zij het hoornvlies irriteren of zelfs beschadigen. De irritatie heeft een verhoogde traanproductie en een geringe knijping tot gevolg, waardoor traanstreepvorming kan optreden. Ook kan traanvocht, via de distichiën, over de onderooglidrand lopen waardoor de buitenzijde van het onderooglid vochtig wordt.
Erfelijk
De distichiën zijn zonder loep slecht zichtbaar. Het slijmpropje dat zich vaak rond de basis van de haar op de lidrand bevindt, is meestal wel goed zichtbaar. Na verwijdering van het slijm, wordt de haar zichtbaar. Distichiasis wordt beschouwd als een erfelijke afwijking, maar de wijze van oververerven is nog niet geheel opgehelderd.
Therapie
De meest simpele therapie bestaat uit het regelmatig epileren van de haren met een epileerpincet met ronde bekken. Deze methode kan bij alle goed hanteerbare dieren worden toegepast, vaak ook door de eigenaar. Definitieve verwijdering kan alleen door middel van chirurgisch ingrijpen worden verkregen en dient steeds onder algehele anesthesie te geschieden.
Na de operatie zal geen of vrijwel geen litteken-vorming optreden.
Prognose en preventie
De prognose is in het algemeen gunstig. Wel kunnen haarzakjes worden overgeslagen of onzichtbaar zijn bij de eerste behandeling omdat de haar is uitgevallen en de nieuwe haar nog niet is uitgegroeid. Daardoor kunnen de haartjes later weer uitgroeien.
Lijders kunnen beter worden uitgesloten voor de fok. Indien er van het desbetreffende ras voldoende brede fokbasis bestaat c.q. er slechts een zeer beperkt aantal dieren met deze afwijking is, lijkt uitsluiting van alle dieren met de afwijking de meest aangewezen weg.
Kunnen distichiën spontaan verdwijnen?
Dat is onaannemelijk. Kaalheid van de lidrand (of de kruin) is voor zover ons bekend, niet beschreven, ook niet bij oudere mannelijke dieren. Als bij een volgend onderzoek geen distichiën worden gevonden, mag worden aangenomen dat de haar net wordt 'gewisseld', is geëpileerd of operatief is verwijderd.
Het is in principe natuurlijk ook mogelijk distichiasis ten onrechte te constateren. Dit indien een losse haar van de vacht zou worden verward met een haar groeiend uit een haarzakje in de lidrand. Bij onderzoek van de lidrand met een spleetlampmicroscoop is dit echter zeer onwaarschijnlijk.





