Genetica
 
DNA

DNA is de afkorting van Desoxyribo Nucleic Acid (Desoxyribonucleïnezuur).  DNA bevindt zich in iedere celkern van alle cellen (behalve de rode bloedcellen) van ieder organisme en draagt in in haar chemische structuur de erfelijke eigenschappen van de hond. Twee in elkaar draaiende DNA-strengen vormen samen een chromosoom.  

DNA wordt gevormd door een opeenvolging van fosfaat en desoxyribose met aan de zijkant stikstofbasen, aangeduid met de letters A, T, C en G.  Het DNA van de hond kent 1.9 miljard baseparen; dna van de mens kent er drie miljard. De samenstelling van het DNA is voor ieder individu verschillend. Alleen bij eeneiige tweelingen is de samenstelling van het DNA identiek.

De cel leest continu de volgorde van de basenparen af en krijgt zo de opdracht tot het aanmaken van specifiek aminozuren, de bouwstenen van eiwitten. Met deze eiwitten besturen de cellen het lichaam. Zowel in de volgorde als in het aflezen van het DNA kunnen fouten ontstaan. Dat geeft een verkeerd of slecht werkend eiwit, een reden voor het ontstaan van ziekten (fig 2.).

 

 

DNA-diagnostiek

Van een aantal erfelijke kenmerken is inmiddels bekend waar op het dna het verantwoordelijke gen is gelocaliseerd.  Voor een beperkt aantal kenmerken is het daarom mogelijk om met behulp van dna-onderzoek aan te tonen of de hond al of niet drager is van het gen. U vindt hier een overzicht van de in Nederland beschikbare testen.

is een initiatief van de Raad van Beheer